Mantelzorg

Mijn moeder is dood, alweer anderhalf jaar. Daarmee is mantelzorg verdwenen of verschijnt ze anders. Voor mijn moeders dood bestond een deel van mijn leven uit tijd die ik aan mijn moeder besteedde. Iedere dag contact en luisteren naar haar beslommeringen bij het moeizaam open maken van potjes, de frustratie bij het uitzoeken van haar medicatie, de moedeloosheid bij het steeds verder inleveren van bewegingsvrijheid bij voortdurende pijn. Iedere donderdag daar eten, eerst door haar zelf klaar gemaakt, toen samen, steeds vaker afgehaald. Iedere zaterdag ondersteuning bij haar douchebuurt (jij doet dat veel beter dan de meiden van de thuiszorg, daar is altijd haast), voeten insmeren, haren fohen, kettinkje om.

Die zorg is niet langer nodig. Die mantel van liefde is afgelegd.

En wat openbaart zich dan? Anders dan doelloze tijd, waar onwennigheid is omdat ze eerder gevuld werd met douchen en liefdevolle praat. Ik zit alleen aan de keukentafel en kijk een lege zaterdagochtend aan. Ik ril. Ik mis de mantel en de zorg. Ik zoek naar zinvolle besteding van diezelfde tijd, die eerder soms krap of beperkt voelde. Nu is er ruimte, maar wat doe je met ruimte als het voelt als een gat. Gemis!

Ik troost me met herinneringen. Fijne momenten. Rust en berusting dat er niet langer sprake is van voortdurende pijn en een toenemende zorgvraag. Dat brengt me bij de vraag hoe het voor mij zou zijn? Mijn dochters zo dichtbij laten dat ze mijn rug mogen drogen en mijn voeten in smeren. Nu lijkt dat nog ver weg. En wat doe ik vandaag om dat in de toekomst mogelijk te maken? Welke mantel en liefde is daarbij nodig? Zeker niet alleen het jasje van vanzelfsprekendheid. Vooral de warmte van echte aandacht. Hier en nu. Over en weer. Vraagt dat om toelichting, woorden? Of zijn! We zijn liefdevol met elkaar. Ik heb vertrouwen in de mantel. Met dank aan mijn moeder. Dag mam, je bent als altijd dichtbij.
©Inge 18-12-2016