Pief, Paf, Pof


Prematuur Ovarieel Falen, of zoals mijn gynaecoloog het steeds noemt: POF. Zo klinkt het nog best onschuldig, bijna als een kinderliedje of tv-programma: “Zeg, heb jij het al? Ja, heb jij het al? De POF, de POF, de POF…”. Of POF, the Magic Dragon. Pief, paf, POF! Inderdaad POEF, weg eitjes. Opgegaan in rook of beter gezegd down the drain, maand na maand. Ruim twintig jaar hebben ze geen enkel doel gediend en op het moment dat ik ze nodig hebt, zijn ze er niet meer.
Gek genoeg maak ik mezelf hierover geen verwijten. En dat is een wonder als je in mijn hoofd leeft. Geen ‘had ik maars…’, of ‘als ik maars…’. Hier kan ik echt niets aan doen en dat kan ik accepteren. Het feit dat ik geen kinderen kan krijgen vind ik ontzettend moeilijk en verdrietig. Maar gelukkig is het niet door iets dat ik gedaan heb of juist heb nagelaten te doen, waardoor het niet kan.
Door omstandigheden is het er niet eerder van gekomen. Met mijn ex-vriendjes had ik geen kinderen willen hebben, die relaties zijn niet voor niets uitgegaan. Het is gewoon botte pech. Pech dat ik mijn lief pas zo laat ben tegen gekomen. Dubbel pech dat mijn eierstokken er waarschijnlijk al rond mijn 32ste mee uitgescheiden zijn.
Maar dat het niet mijn schuld is, maakt het allemaal net iets minder zwaar. Dat en het feit dat voor mijn vriend het hebben van een kind geen halszaak is. Mijn angst om voor een jonger en vooral vruchtbaar exemplaar te worden ingeruild, wordt daardoor nog irreëler. Silver linings, ze zijn er wel als je goed kijkt.

©SB 23-11-2016