Wennen


Morgen gaat S. wennen. Op school.
Over iets meer dan een week wordt hij vier jaar.

De tafel om mij heen ligt nog vol:  een stapel voorleesboeken, een afstandsbediening, mobieltje, notitieboekjes, kleurpotloden, een lege theemok met daarnaast een half opgegeten reep chocola. En de brief waarin staat hoe laat S morgen op school wordt verwacht. ‘De school start om 9.00 uur, om 8.50 gaat de bel en kunt u S. naar zijn stamgroep brengen.’
De bel. Mijn oude basisschool staat aan het einde van ons huis. Deze had een harde zoemer. Geen bel. De zoemer die mij altijd deed opschrikken als ik nog met een stokje tussen twee tegels zat te pulken, in het gras lag en naar de wolken keek, nog ergens verstopt zat. Of op mijn kop tegen de muur stond. Afgelopen herfst hoorde ik de zoemer weleens opnieuw, als ik met m’n kop onder mijn dekbed kroop nadat ik S naar het kinderdagverblijf had gebracht. Dezelfde zoemer als vroeger. En 25 jaar later schrok ik opnieuw op van het harde geluid. (maar ja, ik was burn-out en schrok van ieder hard geluid)

Ik dacht net; hopelijk klinkt er morgen bij S zijn school geen zoemer. Maar wat maakt het uit als het net zo klinkt en er geen opgewekte bel rinkelt? Of als de juffen wél uitnodigend klappend in hun handen over het schoolplein wandelen? Mijn zoon leidt mijn leven niet. Hij doet andere indrukken op. Wat mijn pijn deed hoeft hij niet ook zo te voelen. En wat mij gelukkig maakte, kan aan hem compleet voorbijgaan.
Natuurlijk hoop ik dat zijn hart een sprongetje maakt als hij de bel hoort. ‘Yes ik mag weer leren!’ Door dit te typen schiet ik al bijna in de lach. Want wat denk ik nou zelf. Hoe graag ik ook wil dat mijn kind met plezier naar school gaat, er zullen dagen tussen zitten dat hij het hartstikke stom vindt, ruzie krijgt met andere kinderen, van het klimrek kukelt, zijn mond niet durft open te doen als hij iets niet begrijpt. Of erger; gepest wordt… Het hoort er toch allemaal bij. En wat voelt het ook heerlijk prima en oké om te voelen wat er allemaal bij hoort, (behalve het persten dan). Te voelen wat alle moeders voelen.
Mijn kind leeft het leven. Zijn leven. Terwijl ik soms zo bang ben voor het mijne.

Zo meteen ga ik deze tafel leegruimen. En deze heel old skool dekken met al wat ontbijtspullen voor morgenochtend. Zijn nieuwe beker en broodtrommel. Een zijn nieuwe rugtas, die hij morgenochtend mag uitpakken.

En terwijl ik dit typ schiet ik vol en stroomt mijn hart over van liefde en trots. Mijn kleine jongetje van bijna 4 jaar ligt in de kamer hiernaast te slapen. En gaat morgen wennen op school. Wat ben ik trots op hem. En stiekem ook op mezelf.

Niet gek, dat wennen. Ook voor mij.


©MD 30-01-2017