Ziekenhuis

Na ruim vier maanden wachten hebben we dan eindelijk een afspraak op het ziekenhuis. Vier maanden van verwijsbrieven opvragen en eindeloze vragenlijsten invullen. Voor een gesprek over de opties die er voor ons zijn om toch - eventueel - zwanger te kunnen worden.
Een eerste informatief gesprek met mensen die we niet kennen, maar waarvoor wij wel allebei een vragenlijst moeten invullen die alleen maar invasive te noemen is. De vragen gaan niet alleen over ons seksleven, ons eventuele drank-, rook- en drugsgebruik, over alle ziektes - geestelijk of lichamelijk - die we hebben gehad of die in de familie voorkomen, maar ook over onze broers en zussen. Of zij nog leven, met miskramen of gezonde zwangerschappen te maken hebben gehad, hun ziektes of andere afwijkingen. Bij de vraag “komt u of komen uw ouders uit Volendam” haak ik af.
De hele situatie maakt me cynisch, opstandig en boos. Maar vooral voel ik me machteloos. Omdat ik nergens invloed op uit kan oefenen en omdat ik zelf geen enkele controle heb. Ik kan niet bellen om een afspraak te maken. We moeten de voorgeschreven stappen volgen en vervolgens afwachten tot we een brief krijgen waarin staat wanneer we waar worden verwacht. Het hele proces is klinisch gemaakt en ontdaan van elke emotie. Terwijl het voor ons juist zo emotioneel is.
We weten eigenlijk ook wel wat onze opties zijn. Of eigenlijk is er maar één optie: eiceldonatie. Waarbij we zelf een donatrice moeten zien te vinden. Het liefst niet ouder dan 40 en met een voltooid gezin. Maar in mijn directe omgeving zijn vrouwen met jonge, verse eitjes en een voltallig gezin zeer schaars… Maar wat komt er daarna: aan hormoonbehandelingen voor mijzelf en voor een eventuele donatrice; het leven tussen hoop en wanhoop als er een embryo wordt teruggeplaatst, wat is de impact en wat zijn onze kansen? Ik weet het niet en ik kan het ook niet overzien. Het is allemaal zo ontzettend groot.
©SB 01-03-2017